Waar vergeten gezichten
weer spreken

Welkom bij
Imagine The Past

Een plek waar historische beroemdheden opnieuw worden bekeken. Van dichtbij en met scepsis.

Lang vóór fotografie werd het beeld van machtige en invloedrijke personen gevormd. Door portretten, beschrijvingen en verhalen van tijdgenoten.

Wat wij denken te weten is vaak het resultaat van idealisering, constructie of politieke noodzaak.

Historische figuren

Op deze blogwebsite onderzoek ik hoe historische figuren zijn afgebeeld en beschreven. Door portretten te vergelijken met brieven, ooggetuigenverslagen en context.

Niet om oordelen te vellen, maar om vragen te stellen. Wat zien we, wat ontbreekt, en wie had belang bij dit beeld? Ik nodig je uit om mee te kijken, te twijfelen en opnieuw te zien.

Ontwerp zonder titel-26
maart 23, 2026Nu 12 mei, de Dag van de Verpleging dichterbij komt, denk ik terug aan de periode dat ik zelf nog op een zorgboerderij werkte. ’s Ochtends begon mijn dienst altijd met hetzelfde ritueel: Ik hing mijn foto op, zodat bewoners wisten wie hen die dag zou begeleiden. Daarna sloop ik op mijn sneakers de trap op, zoekend naar treden die niet kraakten. Bijna boven sprong een fel licht aan. Ik liep een smalle gang door, waar achter de meeste deuren  stilte hing, op een enkele snurker of vroege toiletganger na. Tijdens één van deze diensten dacht ik aan Florence Nightingale. Ik had een artikel over deze beroemde ‘Lady with the lamp’ gelezen. Tijdens de Krimoorlog werkte zij in het militaire hospitaal van Scutari, nu Usküdar. Deze plaats lag op de Aziatische oever van Istanbul, recht tegenover de oude stad. Nightingale vocht daar voor meer orde en hygiëne en dit was het begin van de moderne verpleegkunde. In die tijd hadden veel kunstenaars Nightingale nog nooit ontmoet. Zij baseerden zich op verhalen die in de loop der tijd, door overlevering hun eigen leven waren gaan leiden. In boeken kwam ik illustraties tegen die duidelijk geromantiseerd waren. Met die voorstelling in mijn achterhoofd liep ik vorig jaar in Londen langs haar standbeeld. Het kunstwerk, gemaakt door Arthur George Walker en in 1915 onthuld, toont Nightingale in een rustige, bijna verheven houding. Haar lamp straalt een sfeer van zacht licht, stilte en troost uit. Ook sommige publicaties, zoals de brief van tijdgenoot John McDonald, droegen bij aan dit gekleurde verhaal. In 1855 beschreef hij haar in The Times als volgt: “She is a ‘ministering angel’ without any exaggeration in these hospitals, and as her slender form glides quietly along each corridor, every poor fellow’s face softens with gratitude at the sight of her. When all the medical officers have retired for the night and silence and darkness have settled down upon those miles of prostrate sick, she may be observed alone, with a little lamp in her hand, making her solitary rounds.” Deze woorden hadden weinig te maken met Nightingales dagelijkse realiteit: overvolle ziekenzalen onder erbarmelijke omstandigheden. Bovendien droeg zij ook geen olielamp, maar een eenvoudige Turkse fanoes, een papieren lantaarn die bitter weinig licht gaf. We kunnen een eerlijker beeld van Nightingale krijgen omdat zij in een tijd leefde waarin de fotografie volwassen werd. Zij is één van de vroegste historische figuren van wie meerdere foto’s bestaan. Het portret dat William Edward Kilburn rond 1856 van haar maakte, toont haar in een donkere jurk met kanten details, het haar in een strak gebonden bonnet. Haar blik is gefocust en kalm. Ik wilde begrijpen wie zij werkelijk was, waar haar enorme toewijding vandaan kwam en  waarom ik dat in de zorg nooit zo intens had gevoeld. Uit die zoektocht ontstond deze blog. Terwijl ik me verder in haar leven verdiepte, kwamen herinneringen boven aan drukke, maar gezellige momenten — zoals aan de ontbijttafel met de cliënten. Dan gaf ik Lise een knikje dat zij de ochtendspreuk mocht zeggen. En terwijl ieder zijn eigen brood smeerde en de pindakaas en hagelslag van hand tot hand gingen, genoot ik van hun reacties op elkaar. “Slaapkop” mompelde Rick tegen Peter. “Oliebol” reageerde deze. Ik deelde pilletjes en poeders uit en corrigeerde hier en daar: “Niet zo hard schreeuwen.” “Moet jij geen bretels aan je broek?” “Leg die knuffel nou eens weg.” “Lise, help jij Emma eens met haar schort.” Ik voelde hoe verschillend de cliënten konden zijn in wat zij nodig hadden –  de één een grapje, de ander wat houvast — ieder met zijn eigen gevoeligheden en weerloze kanten. Kijkend naar de tijd van Nightingale valt op hoe vooruitstrevend zij over deze kwetsbaarheid dacht. Mensen met een verstandelijke beperking — destijds in de gangbare medische termen ‘imbeciles’, ‘idiots’ en ‘feeble minded’ genoemd — zag zij als zieken die bescherming nodig hadden. Dat was uitzonderlijk in een tijd waarin zij meestal terechtkwamen in primitieve ziekenzalen van workhouses — instellingen voor armen die onder de Poor Law waren opgericht. Opmerkelijk is hoe kwetsbaar Nightingale zelf op een portret is vastgelegd door Claudius Erskine Goodman. Hierop zien we haar in profiel, met kort los haar en zonder bonnet. Waarom het haar kort was, blijft onderwerp van discussie. De omstandigheden in Scutari waren zwaar: sommige bronnen noemen periodes van hoge koorts waardoor het haar om medische redenen kort moest worden gehouden, andere verwijzen naar de slechte hygiëne en luizenplagen in de overvolle zalen. In zijn artikel Florence Nightingale: The mysteries behind her iconic photographs suggereert fotohistoricus Denis Pellerin dat hier misschien een praktische overweging meespeelde; zokon een schilder haar hoofd beter bestuderen. Al deze verklaringen klinken aannemelijk. Een realistischer beeld van Nightingale komt echter niet alleen uit de fotografie.  Alexis Soyer, de chef-kok die in 1855 door de Britse regering naar de Krim werd gestuurd om de legerkeukens te verbeteren, werkte daar met haar samen.  In zijn boek Soyer’s Culinary Campaign uit 1857 beschreef hij haar als volgt:   “She is rather high in stature, fair in complexion, and slim in person; her hair is brown, and is worn quite plain; her physiognomy is most pleasing; her eyes, of a bluish tint, speak volumes, and are always sparkling with intelligence; her mouth is small and well formed, while her lips act in unison, and make known the impression of her heart – one seems the reflex of the other. Her visage, as regards expression, is very remarkable, and one can almost anticipate by her countenance what she is about to say; alternatively, with matters of the most import, a gentle smile passes radiantly over her countenance, thus proving her evenness of temper; at other times, when wit or pleasantry prevails, the heroine is lost in the happy, good-natured smile which pervades her face and you recognise only the charming woman. Her dress is generally of a greyish or black tint; she wears a simple white cap, and often a rough apron. In a word, her whole appearance is religiously simple and unsophisticated.” Hoewel Soyer zijn bewondering voor haar niet onder stoelen of banken steekt, onderstreept hij haar eenvoud: sober gekleed en zonder behoefte aan uiterlijk vertoon. Pellerin ziet dat net zo. In zijn artikel wijst hij erop dat Nightingale zich niet graag liet fotograferen en publieke aandacht liever vermeed. Die terughoudendheid past bij hoe zij haar werk zag: als een opdracht van God, niet als iets waarvoor ze bewonderd wilde worden. De aandacht moest naar de zorg gaan, niet naar haar gezicht. Arts en historicus William Rendle kreeg in 1868 van Nightingale het volgende antwoord toen hij haar om een foto vroeg: “I would send you a photograph if I had one. As you divine from this I have not. I never had one done, except once by command. I have a superstition, as far as myself am concerned, against “images made with hands and would rather leave no memorial of myself either of name or anything else but only of God, whose unworthy servant I am.” Een helder bewijs van haar verlangen naar eenvoud is de enige geluidsopname in 1890 van haar werd gemaakt. Daarop spreekt ze haar ‘dear old comrades of Balaclava’ toe — de soldaten die zij tijdens de Krimoorlog verzorgde na de beruchte Slag bij Balaclava. De opname werd vastgelegd met de fonograaf van Thomas Edison, die als eerste geluid kon vastleggen en afspelen. We horen haar zeggen:    “When I am no longer even a memory, just a name, I hope my voice may perpetuate the great work of my life. God bless my dear old comrades of Balaclava. Florence Nightingale.” Haar uiterlijk was eenvoudig, haar karakter complexer. In de BBC‑documentaire ‘Florence Nightingale: Iron Maiden’ wordt ze beschreven als hard voor de mensen om haar heen. De titel suggereert ook een strengheid die de tijd waarin zij leefde misschien wel van haar vroeg — zeker voor een vrouw die iets wilde bereiken. Tussen haar leven en dat van mij ligt een tijdskloof van anderhalve eeuw, waardoor onze werelden nauwelijks te vergelijken zijn. Haar werk was baanbrekend; mijn bijdrage in de zorg was veel kleiner. Wat mij intrigeert is haar vanzelfsprekende roeping voor de zorg — een zekerheid die ik bij mezelf nooit heb gevoeld. Ook mijn zus wist al jong waar zij thuishoorde, terwijl ik vooral probeerde te begrijpen waarom ik mezelf überhaupt een rol in de zorg had toebedeeld. In de zorg haalde ik plezier uit kleine, onverwachte momenten met cliënten. De spontane begroetingen als ik de ruimte binnenkwam. Een van hen sloeg vaak zijn grote armen om me heen met een kracht die hij niet kende en noemde mij ‘mijn grote vriendin’. Vaak schoot ik in de lach. Zoals die keer dat een collega tijdens haar nachtdienst een spoor van gekleurde hagelslag vond dat regelrecht leidde naar de kamer van Sophia. Sophia had die avond stiekem het pak in haar broek gestopt had en meegesmokkeld naar boven. Maar het waren niet alleen dit soort momenten. Er waren de onverwachte uitbarstingen van agressie, het gepriegel met verbandjes en pleisters, het antroposofische knutselen waar ik geen handigheid in kreeg. Zo wilde Marlies tijdens een avonddienst vilten. Ik volgde de stappen zoals ze beschreven stonden: plukjes wol natspuiten, zeep erover, wrijven. Bij sommige begeleiders werd het een kleedje; bij mij viel het steeds weer uit elkaar, alsof het zich wilde losmaken van mijn begeleiding. Soms werd ik moe van het rumoer om me heen, alsof er nergens nog een stukje stilte bestond.  Tijdens dagdiensten zocht ik een plekje om pauze te houden. De eetzaal zat vol, de keuken zat vol, de gang zat vol — overal begeleiders en cliënten. Ik overwoog op de vliering te gaan zitten, maar zelfs daar zaten cliënten sokken op te vouwen. Ook als ik naar buiten liep, lukte het niet. Eens wilde ik in het parkje bij de hoeve een half uurtje  schrijven, tot een cliënt mij zag, vlak voor me bleef staan en zijn voet naar voren schoof — zonder woorden, maar wel duidelijk. Mijn concentratie was weg, maar zijn veter zat weer perfect. Toen brak mijn laatste werkdag aan. Ik liep naar mijn fiets. Collega Els wachtte op het taxibusje dat de cliënten naar huis zou brengen. “Dit was het dan,” zei ik. Het klonk luchtiger dan ik me voelde. Els vroeg wat ik dan wél wilde gaan doen, en voordat ik er erg in had, sprak ik het uit: “Schrijven!” Dus laat ik maar eens uitzoeken waar dit verlangen vandaan komt. Misschien begin ik bij de Brontë‑zusters, tijdgenoten van Florence Nightingale. Ik vraag me af of schrijven voor hen vanzelfsprekender was dan het uitoefenen van een ‘respectabel’ beroep, of dat het voor hen net zo’n sprong in het onbekende was als voor mij. Wat ik ontdekte toen ik me in hun verhaal verdiepte, verraste me meer dan ik had verwacht.   [...] Read more...
januari 5, 2026De Mythe van de Prairie. Wie op dit moment Netflix afstruint, stuit al snel op de western 1883: een serie die ons meeneemt naar de periode vlak na de Amerikaanse Burgeroorlog. James en Margaret Dutton ontvluchten met hun kinderen Elsa en John de armoede in Texas om een nieuw leven op te bouwen in het beloofde land: Montana. De rauwe kant van het pioniersleven De serie laat een hardheid zien die ik confronterend vond: de rauwe kant van het pioniersleven. Acteur Sam Elliott speelt Shea Brennan, een ervaren en koppige cowboy die de leiding neemt tijdens een reis vol ontberingen: verraderlijke rivieren, bandieten en ontmoetingen met inheemse volken. Ik vraag me af hoe dicht zo’n dramatisering komt bij het echte leven van de pioniers?  Little House on the Prairie Een heel andere kijk op dat tijdperk biedt Little House on the Prairie, gebaseerd op de boeken van Laura Ingalls Wilder. Wie herinnert zich niet de lieflijke openingsscène: Ma en Pa hoog op een bergkam in hun huifkar. Stralende Ma die een haarlok onder haar bonnet schuift, en de drie meisjes die lachend de heuvel af rennen in hun katoenen pioniersjurkjes. Als kind wilde ik precies zo zijn: een meisje dat in een zwierig jurkje door een bloemenveld dartelt. Het was ook de tijd van Holly Hobbie en Sarah Kay — dromerige, landelijke figuurtjes die nog steeds in mijn vitrinekast staan. Actrice Melissa Gilbert, die Laura speelde, zei ooit dat de filmset voor haar voelde als een zomerkamp. Dat klinkt logisch: voor een kind dat opgroeide tussen studio’s en spotlights moet een set vol natuur en vrijheid als vakantie hebben gevoeld. Toch bepaalt haar gezicht voor veel mensen hoe de echte Laura eruitzag. Maar daar kunnen we weinig over zeggen: Laura leefde in de 19e eeuw, en er bestaan slechts enkele foto’s van haar als volwassene. Als kind is ze nauwelijks vastgelegd; fotografie was toen nog duur en zeldzaam. Mythische versie Michael Landon gaf ons een bijna mythische versie van Charles Ingalls: standvastig, moreel onwrikbaar, altijd een wijze les paraat. De echte Charles was een ander type. Een rusteloze pionier die zijn gezin herhaaldelijk verhuisde in de hoop op een beter bestaan. Hij kende misoogsten, betaalde zijn schulden vaak niet en claimde waarschijnlijk illegaal grond van de Osage, een inheems Amerikaans volk. Ook het leven van Laura zelf was veel grimmiger dan de serie doet vermoeden. Ze groeide op in diepe armoede en stond al op haar vijftiende voor de klas in een landelijk ‘éénkamer-schooltje’ met leerlingen van alle leeftijden door elkaar (dit detail heeft de serie wél trouw overgenomen). Elke week werd ze met paard en slee opgehaald door Almanzo Wilder, de jonge man die later haar echtgenoot zou worden. Dat klinkt heel romantisch — mijn man brengt me ook wel eens weg, maar dan met de auto.  Haar dochter Rose moedigde haar aan om haar herinneringen op te schrijven, al voelde Laura zich vrij om sommige gebeurtenissen te verzachten. In de boeken krijgt haar oudere zus Mary roodvonk en wordt ze tijdelijk blind. In werkelijkheid was Mary’s blindheid blijvend en veroorzaakt door virale meningo-encefalitis. Voor Laura betekende dat dat zij de ‘pratende ogen’ van haar zus werd: ze beschreef Mary alles wat ze zag — het landschap, de mensen, de dagelijkse beslommeringen. Dat voortdurende vertellen scherpten haar blik en voedden haar latere schrijverschap. Maar haar carrière kwam niet meteen van de grond. Haar eerste manuscript, Pioneer Girl, werd door geen enkele uitgever opgepakt. Pas later werd het omgevormd tot de Little House-boeken die in 1932 verschenen toen zij 65 jaar was. Ik ben dus in goed gezelschap: ook ik ben pas op latere leeftijd gaan schrijven.   De Mythe van de Prairie Maar nu weer terug naar 1883. Historici prijzen de details van de serie: de rol van vrouwen, de authenticiteit van paardrijden en cowboytechnieken. Tegelijkertijd reisden in 1883 veel mensen al per trein, omdat de spoorwegen toen wijdverspreid waren. Hier zie je weer dat net als bij elke dramaserie 1883 elementen toevoegt voor entertainment. Misschien is dat wel wat ik met deze blog probeer te zeggen:  ik zoek naar hoe het werkelijk was, terwijl ik — net als ieder ander — soms de verleiding voel om het verhaal een beetje te verzachten, te verfraaien. Terwijl ik dit schrijf, werp ik een blik op de foto van Sam Elliott aan mijn muur. Hij kijkt met een schalkse blik de huiskamer in, alsof hij wil zeggen dat hij trots is op het resultaat van de serie, maar dat je het met de historische waarheid niet altijd zo nauw hoeft te nemen. Meer lezen? Ben je geïnteresseerd geraakt door deze blog? Lees dan ook mijn andere blogs via deze pagina! [...] Read more...
augustus 26, 2024Een mooier of lelijker beeld van de waarheid Vraag jij je ook wel eens af hoe een wereldberoemd iemand als Napoleon er vroeger uit zal hebben gezien? We kennen tenslotte alleen portretten en beelden van hem.  En geven deze dan een goed beeld van de man? Of zijn zij alleen maar een interpretatie van de kunstenaar?   Wie was Koningin Cleopatra? Kun je meer over haar karakter te weten komen? En dan Marco Polo, de ontdekkingsreiziger. Wie weten we van hem? Heeft hij zijn reiservaringen ook opgeschreven en waar kunnen we die vinden? Misschien zijn deze verhalen wel erg geromanticeerd. Want sommige informatie hierin wordt door deskundigen helemaal niet geloofwaardig gevonden. Lijken tekeningen en gravures in boeken wel echt op de persoon? Veel beelden van Shakespeare tonen hem met een hoog voorhoofd. Zag hij er dan ook echt zo uit of was dit een teken van zijn genialiteit? Een manier om aan geven dat hij meer hersenen had dan de gemiddelde persoon? Uit portretten uit de tijd van Napoleon kunnen we bijvoorbeeld een hoop afleiden uit de kleding die hij droeg, hoe zijn haar zat, enzovoort.  Maar ja, hiermee generaliseer je het dan wél een beetje; de meeste Corsicanen hebben bruine ogen, donker haar en een getinte huid. Er zijn wel lijnen te trekken, toch is er niets met zekerheid te zeggen.   Napoleon overleed een aantal jaren voordat de eerste foto werd gemaakt. Van zijn vrouw, keizerin Marie-Louise, bestaat nog een foto. Ook van soldaten die in zijn leger gediend hadden werden enkele jaren na zijn dood foto’s genomen. Maar van Napoleon zélf dus niet. De schilderijen waarop we Napoleon als held te zien krijgen, zijn volgens velen geïdealiseerde afbeeldingen van een man die tijdens zijn leven al werd gezien als een halfgod. En zo is het bij veel afbeeldingen van beroemdheden; er werd een net iets mooier beeld getoond van hen dan de realiteit. Minder vleiende portretten werden gemaakt als een beroemdheid van zijn voetstuk viel. Toen Napoleon afstand deed van de troon en en schilder Paul Delaroche hem in 1940 vereeuwigde op het doek: Abdication de Napoléon Ier à Fontainebleau.We zien hier de voormalige keizer op een nogal platte, minderwaardige manier: benen uitgestrekt , omlaaghangende arm, vieze laarzen, hangend hoofd,een bolle buik en een gedemoneerd zwaard. Het vervuilde kostuum verwijst naar de toekomst van het keizerrijk. Leedvermaak speelt hier duidelijk een rol! Paul Delaroche, Abdication de Napoléon Ier à Fonainebleau (1940) Gekarikaturiseerde versies hoeven we trouwens al helemaal niet te geloven. Uit onderzoek bleek dat Napoleon helemaal niet klein was en ook geen lelijk gedrocht. En dan zijn er ook nog de bewaard gebleven dodenmaskers van Napoleon én van Goethe. Van Goethe een masker compleet met de pukkels die de man in zijn gezicht had. (Tot spijt van schrijver Boudewijn Büch waren bij zijn exemplaar de pukkels eraf gehaald.) Maar zelfs een dodenmasker geeft niet altijd een natuurgetrouw beeld van de werkelijkheid. Hoe de neus van Napoleon eruit zag is bijna niet te reconstrueren. Wel zijn er een paar omschrijvingen van zijn tijdgenoten bewaard geblijven, waaronder die van soldaat Dennis Davidov (1784-1839).*  Davidov was na een eerste ontmoeting verbaasd geen grote haakneus aan te treffen, want dat was hoe hij zich Italianen voorstelde. Wel constateerde hij dat Bonaparte een rechte neus had met een lichte kromming. Ga zelf op zoek Hoe komen we dán dichter bij de waarheid? Het lezen van biografieën lijkt mij een goede manier om een onderzoek te beginnen. Je kunt ook naar aanwijzingen zoeken  in documenten uit die tijd, stukken die je meer inzicht geven in de mens achter de schrijver. Een aanrader is om de plaats te bezoeken waar de persoon een beroemdheid is en waar bijna op elke hoek van de straat een beeld van hem staat om de bevolking te herinneren aan zijn heldendaden. Door te zijn op de plekken waar hij ook heeft rondgelopen krijg je toch een duidelijk beeld van hem: een image. Een beeld dat niet lijkt op al die talloze portretten die er zijn; een gewone man die meer dan tweehonderd.jaar geleden hier in Parijs heeft rondgelopen. Tegenwoordig zijn er ook allerlei mogelijkheden om op een wetenschappelijke manier  achter de waarheid te komen. Een grote vooruitgang is dat we tegenwoordig gebruik kunnen maken van  technieken om personen uit het verleden tot leven te laten komen. Designers kunnen al deze informatie in 3D modelleringssoftware omzetten tot levensechte personen. Maar, je komt niet álles te weten. In deze blog ga ik zélf op onderzoek uit en schrijf ik over beroemdheden uit het verleden. Ik nodig je uit over hen te lezen en vooral ook met mij mee te denken om het beeld van hen te verlevendigen.   * In the Service of the Tsar Against Napoleon: the Memoirs of Denis Davidov, 1806-1814  – 7 april 1999 [...] Read more...

Je kan de inhoud van deze pagina niet kopiëren

Scroll naar boven